• 2a
  • 1b
  • 4
  • 3a
: Kinderrechten beginnen bij Kinderparticipatie  : Kinderparticipatie past in de transitie  : Kinderparticipatie werkt preventief  : Kinderparticipatie helpt tegen kindermishandeling

KinderrechtenNU reageert op de discussies rond de pestprogramma's

op .

KinderrechtenNU reageert op de discussie tussen Kinderombudsman Marc Dullaert en Micha de Winter en de reacties vanuit het onderwijsveld over de vele pestprogramma’s op de scholen.
Dullaert pleit voor het gebruik van de 13 pestprogramma’s die als ‘veelbelovend’ zijn beoordeeld, na een wetenschappelijke toets van het Nederlands Jeugd Instituut (NJi). Vanwege het gebruik van diverse andere programma’s vindt hij het nu in het onderwijs een chaos.
De Winter ziet het breder. Volgens hem ligt de oorzaak van de chaos bij de overheid. Scholen moeten al veel programma’s behandelen, zoals over overgewicht, kindermishandeling, veilige sociale media en zo meer. En dan komt radicalisering er nu ook bij. Voor De Winter zijn alle programma’s symptoombestrijding. Hij ziet ze niet als aanpak van de daadwerkelijke oorzaak. Hij ziet de oplossing in de cultuur, het DNA van de school. Het gaat om het centraal stellen en het bespreekbaar maken van de vraag “Hoe ga je met elkaar om?”.

Ook KinderrechtenNU pleit voor het overzicht van en het verband tussen alle onderwerpen die binnen de scholen besproken kunnen worden. Het gaat om de samenhang van alle zaken die nodig zijn om veilig en gezond op te kunnen groeien. Dat is ook de intentie van de inhoud van het Kinderrechtenverdrag. Veel organisaties houden zich bezig met het ontwikkelen van programma’s voor afzonderlijke problemen, maar voor kinderen gaat het om het geheel.

In de visie van KinderrechtenNU gaat het er om dat kinderen ook op school informatie kunnen vragen over kwesties die aan de orde komen. Daarmee kunnen ze hun eigen mening vormen, zo nodig een hulpvraag formuleren en zelf beslissen wat ze er mee willen doen. Een actuele gebeurtenis in de omgeving van een kind moet ook met anderen gedeeld worden. De cultuur in de school moet zo zijn dat alles wat kinderen aangaat bespreekbaar is. Op zo’n moment kan een specifiek programma wel ondersteunend zijn. Door met elkaar te praten leren kinderen elkaars sociale, culturele en religieuze achtergrond kennen en elkaar respecteren. Ze ontwikkelen empathie en gaan elkaar helpen. Dat is burgerschapsvorming. Dat is ook kinderparticipatie. Het gaat om vertrouwen, serieus genomen worden, antwoord krijgen en op hulp kunnen rekenen.