• 3a
  • 4
  • 1b
  • 2a
: Kinderrechten beginnen bij Kinderparticipatie  : Kinderparticipatie past in de transitie  : Kinderparticipatie werkt preventief  : Kinderparticipatie helpt tegen kindermishandeling

Kinderrechten niet zonder KinderMeldcode

op .

30 jaar geleden vroeg Unicef aan mij om voorlichting te geven op scholen. Ik dacht: leuk om met kinderen te werken! Ik was een rebel...ik nam geen Unicef mee onder de arm, ik was benieuwd naar de mening van kinderen zelf. Kinderen werden wereldburgers door tv, het jeugdjournaal. Ik was nieuwsgierig: wat zouden zij willen veranderen, verbeteren en hoe gaan we dat doen. Zodra het op een plan aankwam bekeken we samen met de Unicef-ambassadeurs hoe we dat uit konden voeren. Niet ik ging voor de klas maar we bedachten de ‘Unicefspreekbeurt voor de klas’, waaraan alle kinderen mee konden doen.
We plantten een Boom voor het leven met Minister Pronk en Herman van Veen, vergaderden in het gemeentehuis over de openbare ruimtes, deden een onderzoek voor Defence for Children, voerden een heitje voor karweitje uit voor een recorder, een cadeau voor de kantine van de plantsoenendienst, kregen support van de grote bedrijven, de ambassadeurs maakten hun eigen Unicefmagazine...veel is gedaan, ik kan er een boek over schrijven.

 

Zo kwam het dat we in 1994 tijdens de Nationale Vrijwilligers-dag in de Rai op het podium stonden met 100 kinderen van 65 scholen uit het Westland, gestoken in T-shirts van Unicef en shirts van vele andere organisaties waarmee we samenwerkten.
De kinderen waren genomineerd voor de Solidariteits-prijs voor de Boodschappendienst voor ouderen en zieken. Met Humberto Tan is een leuke film gemaakt over deze dienst.

Vanuit hun eigen omgeving werkten zij mee aan de verbetering van de wereld. Deze manier van burgerschapsvorming – participeren in de samenleving - was voor mij waar zij recht op hadden. Burgerschapsvorming is nu een kerndoel in het onderwijs.

Nederland ratificeerde het Verdrag inzake de Rechten van het Kind in 1995. Ter voorbereiding vroeg de medewerker van de staatssecretaris van VWS aan de Delftse Unicefambassadeurs de teksten voor de kinderrechtenfolder “Met praten kom je tot je recht” te beoordelen. Zowel de tekst van de ministeries van Justitie als die van VWS keurden zij af. Helaas werd er niet geluisterd... De bedoeling was met het boekje de kinderrechten via jeugdbeleid van gemeentes te implementeren in de samenleving. Het was een boekje met info voor kinderen die mijns inziens ouder waren dan 12 jaar: als je 14 jaar bent heb je recht op een 27MC-zender! Als moeder dacht ik: ...’en nu ben ik ook verplicht mijn kinderen iedere dag een ijsje te geven?? Waar hebben we het over?’ Dit was absoluut geen vertaling van het kinderrechtenverdrag.

Stichting JeugdNU werd opgericht. Ik liep op de troepen vooruit, Unicef had nog geen ruimte voor kinderparticipatie. Nu staat dat gelukkig op de kaart! Samen met Missing Chapter wordt er hard aan gewerkt. Mooi! Naar mijn idee breekt een nieuwe tijd aan. Het is niet alleen belangrijk om kinderen te betrekken bij onze vraagstukken maar nu zijn de vraagstukken van de kinderen zelf aan de beurt. Zij moeten die aan ons voor kunnen leggen. Kinderen gaan volwassenen uitnodigen om naar hen met aandacht te luisteren, hen serieus te nemen zonder oordeel of eigen doel.

In 2009 introduceerde staatsecretaris VWS de Wet verplichte meldcode en sprak over de protocollen voor de volwassen. Het was Kinderrechtenambassadeur Simone die aandacht vroeg: “Wat is ons protocol? Wat moeten wij doen als het niet goed gaat met een vriendje of klasgenoot? Kinderen horen meestal eerder als er iets ergs aan de hand is.”

Het was het mooiste moment in mijn levenswerk. Het kinderrechtenverdrag hadden we met kinderen en met advies van Jan Willems (oud hoogleraar Rechten van het kind) en Martine Delfos (haar boek: Luister je wel naar mij...) vertaald in de Kinderrechtenchecklist. Maar altijd had ik een groot dilemma: kon ik wel met kinderen praten over hun rechten als we wisten dat het met een aantal kinderen niet goed gaat. Maakte ik het dan niet erger? Nu zei Simone; ‘geef ons ook een protocol en leer ons wat te doen als niet goed gaat’. Al snel konden we samen met haar haar boodschap voor ons volwassenen toevoegen aan de Kinderrechtenchecklist: zoek een volwassene, die je vertrouwt, die naar je luistert en die je helpt. Zoek net zo lang tot je die gevonden hebt. Stichting JeugdNU werd KinderrechtenNU.

Kinderrechten beginnen bij kinderparticipatie! Zij zelf kunnen jou vertellen of we het goed doen of niet. We hoeven niet te wachten op een Maasmeisje. Vraag de kinderen zelf ‘wat heb jij nodig om fijn op te groeien’. Met die vraag krijgt het verdrag preventieve waarden. Een wereldvoorbeeld uit 1993: je kunt nog zoveel scholen bouwen maar als de kinderen in de kinderarbeid vastzitten... Een twaalfjarige jongen, Iqbal heeft zich kunnen bevrijden en de ILO zijn verhaal kunnen doen. Internationaal ontwikkelingsbeleid kreeg een andere prioriteit: de aanpak van kinderarbeid.
Iqbal heeft er voor gezorgd dat wij anders zijn gaan denken, en hierdoor een andere invulling aan ontwikkelingsbeleid hebben gegeven. De boodschap van Simone is een boodschap aan de regering voor alle kinderen in Nederland, maar die nog niet is ingevoerd in het huidige landelijke beleid.

Met de Taskforce Kindermishandeling hebben we geïnvesteerd in de strijd tegen kindermishandeling. Het heeft alleen cijfers opgeleverd en is er nog niets veranderd: 120.000 kinderen. En dan al die kinderen die we nog niet kennen..., zij kunnen ons hun verhaal/ hun situatie vertellen als wij hen die kans geven om zelf aan de bel te trekken.
Ik ben er heel erg trots op dat vele duizenden kinderen meegewerkt hebben aan het KinderrechtenNU- plan voor gemeentes. Een plan waarbij het kind centraal staat en de brug geslagen wordt tussen kind, onderwijs, opvoeding en zorg èn bescherming. Een plan waarin kinderen – uw Raad van Kinderrechtenambassadeurs - de manier aangegeven hoe in uw gemeente, in de scholen en daarbuiten taboes rond onderwerpen verdwijnen, kinderen elkaar beter leren kennen en elkaar gaan helpen!

In het onderwijs is het een aanvulling op de Wet verplichte meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en een invulling van Wet sociale veiligheid in de school. In de gezondheidszorg is het een preventieve invulling van de Wet publieke gezondheid en van de Jeugdwet.
Het programma laat de kinderrechten doorleven door kinderen hun eigen leven en leefomgeving voor zichzelf in kaart te laten brengen, daarover van binnenuit te leren praten en aan de bel te leren trekken als zij hulp nodig hebben. Zij leren ontdekken, respecteren en beschermen eigen en elkaars grenzen, ook op digitaal vlak. Ze maken kennis met alle zorg die geboden wordt in en rond de school.

Het uitgangspunt is dat voor iedereen, klein of groot, geldt: ‘je staat er nooit alleen voor’. Dit is in de workshop die ik doorloop met de kinderen een leer- en ervaringsfase voor hun hele leven; voor de participerende professionals rond de kinderen geldt dit eveneens! Zij vinden elkaar op dat moment rondom het kind, kunnen elkaar adviseren en helpen. KRNU verbindt in de klas cure en care, dit is de basis voor inclusie-beleid. Nu met een landelijk steeds groter wordend draagvlak ben ik erg blij dat we samenwerken met de organisaties die met KRNU gaan zorg dragen voor implementatie en waarborging in school.

Mijn grote wens is dat ik samen met de Nederlandse kinderen deze boodschap in New York doorgeef aan de VN:

  • Kinderrechten beginnen bij kinderparticipatie.
  • Geef kinderen de kans om hun eigen verhaal te vertellen.
  • Kinderrechten kun je niet zenden zonder de KinderMeldcode!

Willemijn Dupuis Delft, 12 april 2017